Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE LES.

Voorzetsels.

De voorzetsels drukken verschillende betrekkingen uit tusschen twee zelfstandigheden. Dit kunnen betrekkingen zijn van tijd. plaats, oorzaak, bezit, enz.

De voornaamste voorzetsels zijn:

al naar, aan «4 sen zonder

en* in por voor (doel),

el uit ten behoeve

ekster* buiten van, om te

super* boven pro voor (reden),

sur* op wegens, ter

sub* onder wille van

antaü* vóór de van

post* na, achter da van

apud bij (in de na- laü volgens, naar

bijheid) om. malgraü niettegenstaande bij (ten huize de, ondanks

van) o. dum gedurende, terwijl

inter* tusschen, onder, preter* voorbij

cirkaü* rondom, omstreeks krom uitgezonderd,

kontraü tegen, tegenover behalve

anstataü in plaats van ,1, gis tot

kun met, mede, te tra* door, dwarsdoor

zamen met trans* over, aan gene

per door, door zijde van

middel van, po naar verhou-

met behulp ding van, per

van, met stuk

pri nopens, over, je verschillende

met betrek- beteekenis

king tot

Woorden door een voorzetsel vooraf gegaan, krijgen geen n zoo ze geen richting uitdrukken.

*) De met een sterretje aangeduide voorzetsels kunnen gevolgd worden door de richtings n.

Sluiten