Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien het moeilijk valt het juist vereischte voorzetsel te kiezen, bezigt men het voorzetsel je, dat een onbepaalde beteekenis heeft. De voorzetsels worden in Esperanto niet zooals in het Nederlandsch met onjuiste beteekenis gebruikt. Het Esperanto gebruikt slechts de voorzetsels in de beteekenis welke ze werkelijk hebben.

De uitdrukking op Maandag mag dus niet vertaald worden door sur lundo, maar door je lundo. Evenzoo om zes uur wordt je la sesa horo.

Na de woorden, die een hoeveelheid aanduiden en geen telwoord zijn (zie vijfde les) plaatst men het voorzetsel da:

botelo da vino een flesch wijn.

funto da butero een pond boter.

deko da ovoj een tiental eieren.

Ook na bijwoorden, die een hoeveelheid aanduiden plaatst men da:

muite da homoj vele menschen.

sufice da mono voldoende geld.

Dus: alle woorden, die op -o of -e eindigen en een hoeveelheid aanduiden, worden gevolgd door het voorzetsel da.

Men zegt dus wel:

dek ovoj, multaj homoj, sufica mono, maar niet:

deko ovoj, muite homoj, sufice mono.

Ook moet men letten op het verschil tusschen:

botelo da vino en botelo de vino. Het eerste beteekent een flesch wijn (een hoeveelheid dus), het tweede beteekent een wijnflesch. In dit tweede geval mag men .ook zeggen: vinbotelo.

Wanneer het Nederl. voorzetsel van de beteekenis heeft van uit, dan wordt dit in Esperanto vertaald door el, bijv.: Eén van mijn broeders = Unu el miaj fratoj. Indien het aanduidt uit welke stof iets gemaakt is, of uit welke stof iets bestaat, dan wordt het eveneens vertaald door el, bijv.: Het huis is van steen = La domo estas el stono.

Esperanto twintig lessen. 4

Sluiten