Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Achtervoegsels estr, ist en il.

Estr(o) wordt achter een zelfstandig naamwoord geplaatst en noemt dan het hoofd, den leider of den baas van hetgeen het grondwoord uitdrukte:

lernejo school lernejestro hoofd der school

urbo stad urbestro burgemeester (van een stad)

vilago dorp vilagestro burgemeester (van een dorp)

Ist(o) duidt den persoon aan, die het beroep, het ambacht of de dagelijksche bezigheid uitoefent, door het grondwoord bedoeld, bijv.:

boto laars botisto laarzenmaker,

instrui onderwijzen instruisto onderwijzer,

pordo deur pordisto portier,

porti dragen portisto drager.

D(o) duidt het werktuig aan, waarmee men datgene doet, wat het grondwoord uitdrukt, bijv.:

haki hakken hakilo hakmes, bijl.

tranci snijden trancilo mes.

flugi vliegen flugilo vleugel.

Leer van buiten:

objekto voorwerp funto pond

afero zaak plata vlak, effen, plat

forno kachel, oven, akra scherp

fornuis plena vol

poto pot kapabla bekwaam

pato pan utila nuttig

kaldrono ketel resti blijven

kaserolo stoofpan balai vegen

kruco kruik soveli scheppen

pleto schaal tranci snijden

plado schotel tondi knippen

supujo soepkom haki hakken

telero bord segi zagen

forko vork falci maaien

kulero lepel kudri naaien

kesto kist gladi strijken

Sluiten