Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beeft de handeling van den bijzin plaats vóór de handeling van den hoofdzin, dan gebruikt men inte of ite:

Nadat hij geslagen was, huilde de jongen.

Batife la knabo ploris.

Heeft de handeling van den bijzin plaats na de handeling van den hoofdzin, dan gebruikt men onte of ote:

De jongen huilde al, voordat hij geslagen werd.

Batofe la knabo jam ploris.

N.B. Men mag alleen een bijzin vertalen door een bijwoordelijk deelwoord als het onderwerp in beide zinnen (hoofdzin en bijzin) dezelfde persoon is.

Ik lees terwijl ik eet. Mi legas mangante.

Ik lees terwijl hij eet. Mi legas, dum li mangas.

Wanneer achter de w.w. zien, hooren, voelen, vinden enz. (waarnemingswerkwoorden) in denzelfden volzin een ander werkwoord volgt, dat in den Nederl. zin in de onbepaalde wijs staat, moet dit in Esperanto als deelwoord gebruikt worden, bijv.:

Ik zag het paard vallen — Mi vidis la cevalon falanta.

Wij hoorden hem spreken = Ni aüdis lin parolanta.

Ik voel den regen vallen — Mi sentas la pluvon falanta.

Het brengt eenige moeilijkheid mede of achter dit deelwoord een

n geplaatst moet worden of niet.

Neemt men nu eens het voorbeeld: Ik zag het paard vallen.

Legt men nu den klemtoon op zag, dan wil het zeggen: Ik zag het paard, dat viel.

Legt men den klemtoon op vallen, dan wil het zeggen: Ik zag dat het paard vièl.

In de eerste beteekenis wordt het vertaald met een n, dus: Mi vidis la cevalon falantan, in de tweede beteekenis zonder n, dus: Mi vidis la cevalon falanta.

Zooals men dus ziet, wordt het deelwoord gebruikt met een n, wanneer het aangeeft den toestand, waarin, of de omstandigheid, waaronder de persoon of zaak verkeert. Zonder n, wanneer men speciaal de werking aan wil duiden, die de persoon of zaak verricht.

Sluiten