Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE LES.

Samengestelde tijden.

Tot hiertoe hebben we geleerd de werkwoordelijke uitgangen as, is, os en us. Dit noemt men de uitgangen der enkelvoudige tijden.

Er zijn ook nog samengestelde tijden.

De samengestelde tijden worden gevormd door verbinding van het hulpwerkwoord esd in de enkelvoudige tijden, met de deelwoorden.

Het Nederlandsch kent vier hulpwerkwoorden: hebben, zijn, worden en zullen, waarmede dan de volgende tijden worden gevormd:

Bedrijvend:

ik heb geslagen. ik ben slaande, (ik ben aan het slaan),

ik had geslagen. ik was slaande, (ik was aan het slaan),

ik zal geslagen hebben, ik zou slaande zijn. (ik zou aan het slaan

zijn).

ik zou geslagen hebben, ik zou slaande zijn (ik zou aan het slaan

zijn).

Lijdend:

ik word geslagen. ik ben geslagen,

ik werd geslagen. ik was geslagen,

ik zal geslagen worden, ik zal geslagen zijn.

ik zou geslagen worden, ik zou geslagen zijn.

Opmerking: In het Nederlandsch wordt het onderscheid tusschen bedrijvend en lijdend aangeduid door verandering van het hulpwerkwoord, daar in beide gevallen hetzelfde deelwoord („geslagen”) wordt gebruikt.

In Esperanto is maar één hulpwerkwoord: esti, maar daarentegen zes deelwoorden, die reeds in de vorige les zijn geleerd.

Om nu de Nederlandsche samengestelde tijden in Esperanto te kunnen vertalen, moet men eerst bepalen of de zin in den lijdenden

Esperanto twintig leasen. 5

Sluiten