Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of in den bedrijven den vorm staat, of men dus eenerzijds de deelwoorden afa, ita, ota, dan wel anta, inta, onta noodig heeft.

Een zin staat in den bedrijvenden vorm, als het onderwerp de werking van het gezegde zelf verricht:

ik heb geslagen, ik ben slaande, ik ben aan het slaan.

Een zin staat in den lijdenden vorm als het onderwerp de werking van het gezegde ondergaat: ik word geslagen, ik ben geslagen.

Opmerking: Men kan ook uitmaken of een zin in den lijdenden vorm staat door hem aan te vullen met een bepaling met door: ik ben geslagen door mijn vader, ik word geslagen door mijn vader.

Men kan echter niet zeggen:

ik ben gekomen door mijn vader, ik heb gegeten door mijn vader. Dit zijn dus bedrijvende zinnen.

Bedrijvende vorm:

mi estas skribanta ik ben aan het schrijven, ik ben schrijvende.

mi estis skribanfa ik was aan het schrijven, ik was schrijvende.

mi estos skribanfa ik zal aan het schrijven zijn, ik zal

schrijvende zijn.

mi estus skribanfa ik zou aan het schrijven zijn, ik zou

schrijvende zijn.

Dus: „aan het ......” of ,,-ende” vertaalt men door anta.

mi estas skribinfa ik heb geschreven,

mi estis skribinfa ik had geschreven,

mi estos skribinfa ik zal geschreven hebben,

mi estus skribinfa ik zou geschreven hebben.

Dus: In het Nederlandsch wordt „hebben” als hulpwerkwoord gebruikt, in Esperanto esfi gevolgd door het deelwoord -inta.

mi estas skribonfa ik ben op het punt te gaan schrijven,

mi estis skribonfa ik was op het punt te gaan schrijven,

mi estos skribonfa ik zal op het punt zijn te gaan schrijven,

mi estus skribonfa ik zou op het punt zijn te gaan schrijven.

Dus: het deelwoord onta vertaalt men door „op het punt te ”

Sluiten