Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Merk nu tenslotte nog op, dat overal het hulpwerkwoord in het Nederlandsch in denzelfden tijd staat als esti in het Esperanto: ik heb, ik ben, mi est as.

ik had, ik was, mi est is.

ik zal hebben, zijn, mi estos. ik zou hebben, zijn, mi es tas.

Lijdende vorm.

mi estas batata ik word geslagen,

mi estis batata ik werd geslagen,

mi estos batata ik zal geslagen worden,

mi estus batata ik zou geslagen worden.

Dus: als men in het Nederlandsch worden als hulpwerkwoord gebruikt, vertaalt men in Esperanto het deelwoord ata.

mi estas batita ik ben geslagen,

mi est is bat ifa ik was geslagen,

mi estos batita ik zal geslagen zijn.

mi estus bat/fa ik zou geslagen zijn.

Dus: als men in het Nederlandsch zijn als hulpwerkwoord gebruikt, vertaalt men in Esperanto het deelwoord ita.

mi estas batota ik ben op het punt geslagen te worden,

mi est is batota ik was op het punt geslagen te worden,

mi estos batota ik zal op het punt zijn geslagen te worden,

mi estus batota ik zou op het punt zijn geslagen te worden.

Dus: het deelwoord ota beteekent: „op het punt zijn te worden ”

Merk nu weer op, dat ook in den lijdenden vorm de hulpwerkwoorden in beide talen in denzelfden tijd staan: ik ben, ik word mi estas

ik was, ik werd mi estis.

ik zal zijn, worden mi estos. ik zou zijn, worden mi estus.

De deelwoorden worden weer als bijvoeglijke naamwoorden opgevat en als dus het onderwerp meervoud is, voegt men er de j aan toe:

la infanoj estas ludanta

Sluiten