Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kie = waar, op welke plaats (vragend), bijv.:

Kie vi logas? = Waar woont gij?

Kien vi iras? = Waarheen gaat gij?

Kie = waar (betrekkelijk), bijv.:

Tie, kien ni iros, staras bela domo = Daar, waar wij heen gaan, staat een mooi huis.

Tie = daar, op die plaats, ginds, bijv.:

Tie staras sranko = Daar staat een kast.

Cu vi iras tien? = Gaat gij daarheen?

Tie ci of ci tie = hier, bijv.:

Ci tie kusas la libro = Hier ligt het boek.

Venu tien ci = Kom hier.

Cie = overal, op alle plaatsen, bijv.:

Cie mi aüdis birdojn = Overal hoorde ik vogels.

Ni iras cien = Wij gaan overal heen.

Nenie = nergens, op geen enkele plaats, bijv.:

Nenie mi vidas segon = Nergens zie ik een stoel.

Ni iras nenien = Wij gaan nergens heen.

Achtervoegsel ind en voorvoegsel dis.

Ind(a) beteekent waardig van wat het grondwoord uitdrukt, bijv.: kredi gelooven kredinda geloofwaardig

bedaüri betreuren bedaürinda betreurenswaardig

laüdi prijzen laüdinda prijzenswaardig

Dis- beduidt verdeeling of verspreiding, bijv.:

semi zaaien dissemi .rondzaaien (naar

alle kanten zaaien).

kuri loopen diskuri uiteenloopen.

sendi zenden dissendi rondzenden.

Leer van buiten:

labori werken papero papier

klaso klasse folio blad

kajero schrijfboek, krajono potlood

schrift ! libro boek

Sluiten