Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vertaal in Esperanto:

Vergeetachtig, vergetenswaardig, onvergetelijk, denker, leugen* achtig, wetenswaardig, adresseeren, werkman, penhouder, de onderwezen wordende, papiermand, inktkoker, gemakkelijkheid, iets gemakkelijks, uitstrooien.

Vertaling:

Cu iu el vi scias la vojon? Iu persono devas sdi tion. Prenu iun libron kaj legu. Li vidis iun en la gardeno de nia najbaro. Kiu logas en Roterdamo? Kiu birdo ne povas kanti? Kiu estas tiu granda monumento? Glaso de vino estas glaso, en kiu antaüe trovigis vino, aü kiun oni uzas por vino; glaso da vino estas glaso plena de vino. La domo, en kiu ni trovigas, estis konstruata en 1750. Ie en la arbaro logis maljunulo. Kie via frato logas? Antaüe li logis tie, sed nun li logas tie ci. Kien vi metis la slosilon? Si diris al mi kiu kaj kie li estas. Kiu estas la monto, kiun mi vidas tie? Tie, kie vi logas, ankaü mi volus logi. Kiu estas la nomo de tiu, kiu vin sendis tien? Ciu homo povas erari. Ciu mezuras la aliajn per sia mezurilo. Ciu por si, Dio por ciuj. Cie kaj ciam esperantistoj estas amikoj. Dum la leciono ne estas permesate al vi rigardi cien. Neniu estis vidinta la infanon. Neniuj homoj estis ankoraü sur la strato. Nenie mi vidis mian plumingon. Cu vi rememoras, ke mi diris al vi: „iru nenien”?

Vertaal in Esperanto:

Heeft iemand mijn potlood gezien? Niemand zag het sinds gisteren. Vandaag ga ik nergens heen. Mijn hoed ligt ergens. Wie kent niet dit schoone boek? Hij, die tevreden is, is gelukkig. Die jongens, die deze appels stalen, gingen daarheen. Een blad papier uit dit schrijfboek. Vandaag ontmoet ik u overal. Kan iemand mij zeggen, hoe laat de laatste trein naar Z. vertrekt? Iedereen kan u dat zeggen. Daar ik niets van uw bezoek wist, zult gij u tevreden moeten stellen met ons eenvoudig middagmaal. Wat schoon is moet eenvoudig zijn. Omdat het avond werd en mijn zuster nog niet thuis was, werden wij ongerust. De salon in het huis van mijn rijken buurman was prachtig versierd ter gelegenheid van het huwelijk van zijn dochter. De een zei dit, de ander zei dat. Waar woont hij? Waarheen brengt gij dat boek? Wij gaan daarheen. Wij gaan overal heen. Wij gaan nergens heen.

Sluiten