Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kiel = als, zooals (betrekkelijk), bijv.:

Diru gin, kiel vi volas = Zeg het, zooals gij wilt.

Tiel = zoo, op die manier, derwijze, bijv.:

Tiel vi devas uzi la plumon — Zoo moet gij de pen gebruiken, del = op elke manier of wijze, bijv.:

Li povas skribi ciel = Hij kan op elke manier schrijven.

Neniel = geenszins, op geen enkele manier, in het geheel niet, bijv.: Mi povis skribi al li neniel = Ik kon hem op geen enkele manier (in het geheel niet) schrijven.

Korelativoj op iom hebben betrekking op de hoeveelheid en. worden gevolgd door da indien zij een zelfst. n.w. voorafgaan.

lom = wat, een beetje, een weinig, bijv.:

Pruntu al mi iom da mono = Leen mij een weinig geld.

Kiom = hoeveel, welke hoeveelheid (vragend), bijv.:

Kiom da mono vi havas? — Hoeveel geld hebt gij?

Kiom = als (betrekkelijk), bijv.:

Diru al mi tiom, kiom vi scias = Zeg mij zooveel, als gij weet. Tiom = zooveel, zulk een hoeveelheid, bijv.:

Li havas tiom da mono = Hij heeft zooveel geld. dom = alles, de gansche hoeveelheid, bijv.:

Li donis ciom = Hij gaf alles (van hetgeen hij had). Neniom = niets, niemendal, bijv.:

Estis neniom de la meblaro en la domo = Er was niets van de meubelen in het huis.

Het Nederlandsche woord hoe kunnen we nu op twee manieren vertalen, namelijk door Aria en door kiel. Men vertaalt Aria als men vraagt naar de soort en kiel als men vraagt naar de manier of wijze, waarop iets geschiedt:

Hoe is dat boek? Kia estas tiu libro?

Hoe zingt zij? Kiel si kan tas?

Dit geldt eveneens voor zoo = tia, tiel.

Is het boek zoo? Cu la libro estas tia?

Zingt zij zoo? Cu si kantas tiel?

Sluiten