Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANORGANISCHE CHEMIE

1. INLEIDING.

1. Waarom rekent men a. het hard worden van een ei door koken b het hard worden van olieverf aan de lucht, c. het branden van kalksteen tot kalk tot de chemische verschijnselen? Zijn het branden van een electrische lamp, het hard worden van water door bevriezen ook chemische verschijnselen? Verklaar uw antwoorden en geef nog enkele voorbeelden van reacties uit het dagelijks leven.

2. Laat in een tabel de verschillen uitkomen tussen een mengsel van zwavel en ijzer en zwavelijzer.

3. Hoe kan men de bestanddelen scheiden van een mengsel van: a. fijn zand en suiker; b. zwavel, houtskool en keukenzout, alkohol en water?

4. Hoe deelt men de chemische verschijnselen of reacties in? Geef er voorbeelden bij.

5. Wat zegt de wet van Lavoisier en hoe kan men haar door een eenvoudige proef bevestigen?

6. Wat verstaat men onder een element en hoe deelt men de elementen in? Welke elementen zijn gasvormig en welke vloeibaar?

7. Wat verstaat men onder valentie? Stel een valentietabel op voor de belangrijkste elementen.

8. Geef de namen van de elementen voorgesteld door de volgende symbolen: Al, Sb, Fe, Mg, Hg, Mn, Ca, C, Cl, J, N, P, K, S, Ag, Na, Br, Cu, F, H, Pb, O, Si, Zn.

9. Schrijf op de symbolen en de atoomgewichten van: barium, broom, calcium, koper, koolstof, magnesium, mangaan, kwikzilver, fosfor, kalium, lood, zwavel, natrium, silicium, ijzer, jodium, chloor, zuurstof, stikstof.

Sluiten