Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Wanneer noemt men een zuur (een base) sterk en wanneer zwak? Welke sterke zuren (basen) kent ge?

7. Geef de formules van de volgende zouten: natriumcarbonaat, ammoniumchloride, zinksulfaat, calciumnitraat, natriumsulfiet, aluminiumsulfaat, natriumnitriet, calciumsulfide, zuur natriumcarbonaat of natriumbicarbonaat, zuur natriumsulfaat of natriumbisulfaat, basisch kopercarbonaat. Geef van het laatste ook de structuurformule.

8. Hoe deelt men de zouten in? Op welke wijzen kunnen zij worden verkregen? Geef voorbeelden met vergelijkingen.

9. Hoe kunt ge uitmaken of een oplossing bevat een zuur, een base of een zout? Bespreek de mogelijkheid, dat een en dezelfde stof tot meer dan een van deze groepen kan behoren.

10. Beschrijf het neutraliseren van een base door een zuur nauwkeurig en neem als voorbeeld een oplossing van natriumhydroxyde en verdund zwavelzuur. Bestaat er ook verschil tussen het neutraliseren van een base met een zuur en van een zuur met een base?

11. Wat verstaat ge onder een zuur zout? Geef voorbeelden en beschrijf de bereiding van een zuur zout van zwavelzuur. Wat moét men bij het zure zout doen om het normale (neutrale) zout te krijgen?

12. Geef de namen van de volgende verbindingen: BaO,

MgO, HgO, KC1, ZnS, NaBr, AgCl, H2S, Mn02, CuCl2, KN03, NaNOü, Ca(N03)2, A1C13, CaS04, Na2S04, K2S03, NaHS04, NaKS04, Na3P04, Na.jHP04, Ca(HC03)2, A12(S04)3, Mg (OH) Br, Ba (OH) 2, NH4OH.

13. Hoe bereidt men: a. uit zinksulfaat zinkchloride, hieruit zinknitraat, hieruit zinkcarbonaat, b. uit koperchloride kopersulfaat, hieruit kopemitraat, hieruit koperhydroxyde, c. uit ammoniumchloride bariumchloride, hieruit bariumnitraat, hieruit ammoniumnitraat en ten slotte hieruit ammoniumsulfaat?

14. Geef de formules en de namen van de anhydriden van: zwavelzuur, zwaveligzuur, fosforzuur, fosforigzuur, zoutzuur, salpeterzuur, salpeterigzuur, koolzuur. Geef ook de formules van de zuurresten van deze zuren.

Sluiten