Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. dat de dissociatiegraad dan 0.8 is? In welke volgorde zijn deze drie grootheden bij de experimentele bepaling gemeten of berekend? Wat geschiedt er met de waarde van deze drie grootheden, als men, bij constant gehouden temperatuur, het volume van het dampmengsel vergroot?

28. In een afgesloten ruimte heeft men bij een bepaalde temperatuur en druk in evenwicht fosforpentachloride, fosfortrichloride en chloor, alle in gastoestand. De partiële drukken dezer drie stoffen zijn resp. P1; P2 en P3; hierbij is P3 groter dan P2. Kan men dit gasmengsel hebben verkregen door uit te gaan van zuiver fosforpentachloride? Verklaar ook wat er gebeurt, wanneer men het volume van het gasmengsel bij constante temperatuur verkleint. Bij temperatuursverhoging neemt de dissociatiegraad van het fosforpentachloride toe; welke der twee reacties in het evenwicht is exotherm?

29. Bij 1700° is het moleculair gewicht van fosfor 91. Hoeveel percent van de moleculen P4 is tot P2 gedissocieerd?

30. Verklaar volgens de ionentheorie het oplossen van calciumfosfaat in zoutzuur.

10. ARSEEN, ANTIMOON.

(As = 75, Sb =122).

1. Hoe kan men onderzoeken of door suikerpoeder rattenkruit is gemengd?

2. Men lost arseentrioxyde op in water. In de ene helft van de oplossing brengt men zoutzuur, in de andere helft kaliloog. Geef door vergelijkingen weer wat er gebeurt.

3. De Jaisydaiie van arseenwaterstof verloopt monomoleculair. Hoe zal de vergelijking dus eigenlijk moeten luiden?

4. In een oplossing van ammonia leidt men zo lang zwavelwaterstof tot dit niet meer wordt opgenomen en voegt er dan eenzelfde hoeveelheid ammonia aan toe. In deze oplossing brengt men zwavelpoeder, schudt en filtreert. In het filtraat brengt men arseensulfide, schudt en filtreert weer. Tèn slotte

Sluiten