Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. 100 cm3 van een mengsel van CO en damp van CS2 (van een zekere temperatuur en druk) worden vermengd met 150 cm3 02 (overmaat) en volledig verbrand. Na bekoeling blijkt het volume (gemeten bij dezelfde temperatuur en druk) 190 cm3 te zijn. Welke was de samenstelling van het oorspronkelijke mengsel ?

22. Welke reacties geschieden en wat neemt men waar, wanneer men vast natriumsulfaat met koolstof gemengd, verhit en na afkoeling zoutzuur toevoegt?

23. Wat gebeurt en wat neemt men waar, wanneer men oxaalzuur met sterk zwavelzuur verhit en het ontwijkende gas leidt door een overmaat kalkwater en daarna over gloeiend koperoxyde?

24. Hoe worden kooldioxyde en zwaveldioxyde bereid, en welke zijn de voornaamste eigenschappen en toepassingen dezer stoffen?

25. Hoe werkt kaliumbisulfaat op een oplossing van natriumbicarbonaat ?

26. Hoeveel liter koolzuurgas kan men krijgen uit 500 cm3 V2 N natriumcarbonaat?

27. Wat is generatorgas en wat watergas? Hoe worden zij bereid?

28. Bij de bereiding van waterstof voor het Haberprocédé laat men watergas met stoom over verhit ijzeroxyde strijken als katalysator. Er ontstaan waterstof en kooldioxyde.

Schrijf de vergeüjking op en geef een methode aan om het koolzuurgas van de waterstof te scheiden.

29. Koolmonoxyde is een zeer vergiftig gas; 10 cm3 van het gas per kilogram gewicht van de persoon is reeds dodelijk. Wat kan de reden zijn, dat het minder geschikt is als oorlogsgas?

30. Beschrijf proeven met koolstof en met krijt om aan te tonen, dat men met een element of met een verbinding te doen heeft.

31. Hoe zoudt ge aantonen, dat gewone lucht sporen koolzuur en water bevat? Schets de toestellen, waarmee ge quantitatief de hoeveelheden van elk zoudt bepalen.

Sluiten