Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39. Welke reacties hebben achtereenvolgens plaats, als men een oplossing van kaliumhydroxyde laat druppelen in een oplossing van zwavelzuur tot de vloeistof neutraal reageert?

40. Welke reacties hebben achtereenvolgens plaats, als men een oplossing van zwavelzuur laat druppelen in een oplossing van kaliumhydroxyde tot de vloeistof neutraal reageert, en er daarna nog weer zwavelzuur bijvoegt?

41. Men laat tussen platina-electroden een electrische stroom gaan door een oplossing van kaliumsulfaat, die door een weinig lakmoes violet (de neutrale tint) is gekleurd. Wat neemt men hierbij waar? Verklaar het waargenomene met behulp van de ionentheorie.

42. Hoe kan men electrolytisch kaliumchloraat krijgen? (geen technische bijzonderheden).

43. Wat besluit gij, wanneer de oplossing van een kaliumzout met verdund zoutzuur geeft ontwikkeling van: o. kooldioxyde, b. zwaveldioxyde, c. zwavelwaterstof, d. nitreuze dampen?

44. Men voegt joodkaliumoplossing bij een chloorkalkoplossing, vervolgens voegt men zoutzuur toe en daarna natriumthiosulfaatoplossing. Wat neemt men waar? Breng de reacties in vergelijkingen.

45. Wat neemt men waar als men een potasoplossing toevoegt aan een oplossing van ammoniumchloride en verwarmt ? Aan welke reactie is het waargenomene toe te schrijven?

46. Gegeven potas en zwavelzuur; hieruit te bereiden: a. kaliumsulfaat en b. kaliumbisulfaat.

47. Hoe kan men kaliumbisulfiet maken, wanneer men heeft kaliumsulfiet en zwavelzuur?

48. Hoe kan kaliumsulfaat volledig worden omgezet in kaliumchloride? Waarom is deze omzetting volledig?

49. Hoe wordt kaliumhypochloriet bereid? Hoe kan men aantonen, dat het een oxydatiemiddel is?

50. Hoe kan men quantitatief de stikstof in ammoniumsulfaat bepalen?

Sluiten