Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51. Welke dissociaties kan ammoniumchloride ondergaan?

52. Hoe bereidt men in het laboratorium ammoniakgas? Noem vier droogmiddelen en zeg welke wel en welke niet gebruikt kunnen worden voor het drogen van ammoniak en verklaar waarom.

53. Hoe werkt ammoniak op zoutzuurgas, op water, op chloor, op zuurstof bij verhitting?

54. Een mengsel van ammoniumsulfaat en keukenzout wordt in een retort verhit, die met een afgekoelde ontvanger verbonden is. Hoe kan men aantonen, welke stof het is, die zich in de ontvanger heeft af gezet? Waarom is de werking een aflopende werking. Verklaar dit met de wet der massawerking en ook met de reactiewet van Le Chatelier. Dezelfde vraag te beantwoorden voor een mengsel van salmiak en krijt.

, 55. Men verwarmt in een reageerbuis een oplossing van

ammoniumsulfaat met een oplossing van natriumhydroxyde en houdt boven de reageerbuis een glasstaaf met een druppel zoutzuur. Wat neemt men waar? Aan welke reacties is het waargenomene toe te schrijven?

56. Door een zeker aantal cm3 ammoniakoplossing wordt zwavelwaterstof geleid tot er niets meer wordt opgenomen. Daarna wordt een gelijk aantal cm3 van dezelfde ammoniakoplossing toegevoegd. Welke reacties hebben plaats gehad?

57. Bij een zekere temperatuur bevindt zich in een gesloten vat ammoniumchloride-damp in evenwicht met zijn dissociatieproducten. Wat gebeurt er met de dissociatiegraad en met de evenwichtsconstante: a. als men bij constante temperatuur chloorwaterstofgas in het vat brengt, b. als men bij constante temperatuur stikstof in het vat brengt, c. als men de temperatuur verhoogt? Het resultaat moet kort worden beredeneerd.

58. Welke dissociatie ondergaat ammoniumchloride bij oplossing in water? Welke factor is hierop in de eerste plaats van invloed en hoe is die invloed?

59. De dissociatiegraad van een Vio N ammonia-oplossing is 0.013. Wat is de pH-waarde ervan?

60. Bij zekere temperatuur heeft ammoniumchloride een

Sluiten