Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19. Hoe werkt ammoniumsulfide op een oplossing van bariumnitraat?

20. Hoe werkt chloor op barytwater bij verwarming?

21. Indien 6.76 g bariumperoxyde (of -dioxyde) in een gesloten vat verhit wordt en de daarin aanwezige zuurstof bij 0° en 76 cm een volume van 0.3333 1 zou innemen, welke is dan de dissociatiegraad ?

22. Maak uit bariumsulfaat, bariumchloride, hiervan bariumcarbonaat, hiervan bariumoxyde, hiervan bariumnitraat en hiervan weer bariumoxyde. Aflopende reacties voor zover mogelijk in ionen.

23. 100 g water lost bij 25° 2,4 X 10~1 g bariumsulfaat op. Wat is het oplosbaarheidsproduct van bariumsulfaat, aannemende, dat al het zout is geïoniseerd?

24. Beschrijf in het kort de gang van de qualitatieve en de quantitatieve analyse van bariumnitraat.

25. Men brengt overmaat bariumchloride in gipswater, dat overmaat fijn verdeeld gips bevat en roert. Verklaar waaruit het mengsel na enige tijd zal bestaan.

15. MAGNESIUM (Mg = 24.5).

1. Hoe kan men met behulp van magnesium de sterkte van een zuur vergelijken met die van een ander zuur? Hoe moet de proef worden verricht?

2. Beschrijf de proef, waarmee men aantoont, dat ook magnesium op water kan inwerken.

3. Bliksempoeder bestaat in zijn eenvoudigste samenstelling uit magnesiumpoeder en kaliumchloraat. Bereken de theoretische samenstelling van dit poeder en zeg, waarom men in de practijk meer van het kaliumchloraat zal nemen.

4. Hoe zou men de volgende omzettingen kunnen bewerkstelligen: Magnesium in magnesiumsulfaat, dit in magnesiumchloride, dit in magnesiumnitraat, dit in magnesiumoxyde en dit in magnesiumammoniumfosfaat? Schrijf de vergelijkingen der omzettingen op.

Sluiten