Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Hoe kan men uitmaken of zinkwit met zwaarspaat of met krijt is vervalst?

9. Bij een oplossing van zinksulfaat voegt men druppelsgewijs natronloog, totdat geen verandering meer wordt waargenomen en daarna bij de aldus verkregen oplossing verdund zwavelzuur, totdat geen verandering meer wordt waargenomen. Geef het waargenomene weer volgens de ionentheorie.

10. Hoe kan men uit zink maken zinksulfaat, hieruit zinknitraat, hieruit zinksulfide, hieruit zinkchloride, hieruit zinkcarbonaat, hieruit zink, hieruit natriumzinkaat en hieruit weer zink?

11. Men leidt zwavelwaterstof in een oplossing van een zinkaat. Breng de reacties in vergelijkingen en verklaar ze met de ionentheorie.

12. Hoe kan men zink bereiden uit: a. zinksulfaat, b. zinknitraat, zonder gebruikmaking van electriciteit.

13. Verklaar met de ionentheorie het oplossen van zinkhydroxyde in zoutzuur en in natronloog.

14. Hoeveel ionisatieconstanten heeft zinkhydroxyde en waarom ?

15. Waarom lost zinksulfide wel op in verdund zoutzuur, maar niet in verdund azijnzuur?

16. Waarom wordt door zwavelwaterstof uit een oplossing van zinknitraat het zink niet quantitatief neergeslagen?

17. ALUMINIUM (Al =±=27).

1. Op welke wijzen kan men aluminiumsulfide bereiden?

2. Wat gebeurt er, wanneer bij een oplossing van kaliumaluminaat langzamerhand een overmaat van verdund zwavelzuur wordt gevoegd?

3. Men voegt bij een oplossing van aluminiumsulfaat, o. een oplossing van ammoniumsulfide, b. een oplossing van ammoniumcarbonaat. Wat neemt men waar en aan welke reacties is het waargenomene toe te schrijven?

Sluiten