Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Men leidt kooldioxyde door een oplossing van natriumaluminaat en verdeelt het ontstane neerslag in twee delen. Bij de ene helft voegt men natronloog en bij de andere helft verdund zwavelzuur. Verklaar met de ionentheorie het oplossen van het neerslag in beide gevallen.

5. Wat ontstaat, wanneer men aluminiumpoeder oplost in kaliloog en daarna aan de oplossing druppelsgewijs overmaat zoutzuur toevoegt?

6. Onder de naam van kalialuin wordt ook wel ammoniumaluin verkocht. Hoe zoudt ge dit aantonen?

7. Als men een oplossing van aluminiumsulfaat met een oplossing van soda verwarmt, ontstaat een wit neerslag. Waaruit bestaat dit neerslag en hoe verklaart ge ionentheoretisch deze reactie?

8. In welke ionen splitst zich het aluminiumhydroxyde in water? Geef de evenwichtsvergelijkingen.

9. Geef de vergelijking van de reactie tussen een natrium aluminaat-oplossing en zwavelwaterstof.

10. Men weet van een oplossing, dat ze öf zink- öf aluminiumionen bevat. Hoe kan men nu uitmaken, welke van beide ionen aanwezig is?

11. Verklaar volgens de ionentheorie, waarom blauw lakmoespapier door een oplossing van aluminiumchloride rood wordt gekleurd.

12. Uit aluminium te maken aluminiumsulfaat, hieruit aluminiumchloride, hieruit aluminiumnitraat, hieruit natriumaluminaat en hieruit aluminium.

13. Hoe toont men aan, dat kalialuin een dubbelzout en geen complex zout is?

14. De vormingswarmte van aluminiumoxyde is 378 kCal; die van ferrioxyde is 195 kCal. Hoeveel warmte komt er vrij, wanneer men 1 kg ferrioxyde met aluminiumpoeder omzet in ijzer?

15. Bewijs met de ionentheorie, dat de pH-waarde van een oplossing van aluminiumsulfaat kleiner is dan van zuiver water.

Sluiten