Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Hoe werkt soda op ammonium-ijzeraluin?

21. Welk ion veroorzaakt de zure reactie van ferrichloride in oplossing?

22. Hoe en onder welke omstandigheden werkt ijzer a. op water, b. op kopersulfaat, c. op ferrichloride?

23. Hoe werkt chloor op a. geel bloedloogzout, b. op ferrosulfaat in oplossing en hoe kaliloog op ammoniumijzeraluin in oplossing?

24. Breng in vergelijking wat er geschiedt en vermeld de namen der ontstane verbindingen, als men: a. ijzer oplost in overmaat zoutzuur, de verkregen oplossing met salpeterzuur verwarmt en er daarna geel bloedloogzout bijvoegt, b. ferrosulfaatoplossing met verdund zwavelzuur aan de lucht kookt en er daarna rhodaankalium bijvoegt, c. oplossingen van geel bloedloogzout en ferrisulfaat samenbrengt.

25. Hoe kan men aantonen, dat een oplossing van een ferrozout ook een wéinig ferrizout bevat en hoe, dat een oplossing van een ferrizout ook een weinig ferrozout bevat? Schrijf alle reacties in vergelijkingen.

26. Breng in ionenvergelijking de werking van geel bloedloogzout op een ferrosulfaatoplossing; laat alle ionen weg, die niet aan de reactie meedoen.

27. Men electrolyseert gedurende enige tijd een ferrosulfaatoplossing tussen platina-electroden. Daarna druppelt men in de vloeistof bij de negatieve electrode een weinig rhodaankalium (kaliumsulfocyanaat), waardoor roodkleuring optreedt. Verklaar de verschijnselen bij de electrolyse en de daarop volgende proef met de ionentheorie.

28. Het oplosbaarheidsproduct van zwavelijzer is 2.5 X IQ-19. Hoeveel gram zwavelijzer lost in 1 liter water op, als men volledige ionisatie veronderstelt?

29. Schrijf in ionenvergelijking de reactie van stannochloride op ferrichloride.

30. Hoe maakt men van ijzer ferrochloride, hieruit ferrichloride, hieruit ferrisulfaat, hieruit ferrihydroxyde, hieruit ferrioxyde, hieruit ijzer.

Sluiten