Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Hoe zou men titrimetrisch het aantal moleculen kristalwater in kopersulfaat kunnen bepalen?

8. Geef de vergelijkingen voor de werkingen van een oplossing van kopervitriool op: a. natronloog, b. zwavelwaterstof, c. ijzer, d. een oplossing van geel bloedloogzout.

9. Een oplossing van cuprisulfaat (kopervitriool) wordt vermengd met een oplossing van soda. Hierbij ontstaat een basisch zout; wat wordt er dan tevens gevormd?

10. Wat gebeurt bij de electrolyse van kopersulfaat, a. wanneer de beide electroden van platina zijn, b. wanneer de positieve electrode van koper, de negatieve van platina is?

11. Als men een oplossing van zinkchloride met een weinig zoutzuur vermengt en vervolgens zwavelwaterstof inleidt, ontstaat er geen neerslag. Neemt men in plaats van zinkchloride koperchloride (cuprichloride), dan komt er wèl een neerslag. Hoe kan dat verschil worden verklaard?

12. Hoe reageert een oplossing van cuprinitraat ? Geef een verklaring van de reactie volgens de ionentheorie.

13. Men verhit de groene stof, die uit koper aan de lucht ontstaat (koperroest of kopergroen). Wat ziet men gebeuren en waaraan is het geziene toe te schrijven?

14. Hoe kan koperchloride (cuprichloride) in kopersulfaat en dit in koperoxyde worden omgezet?

15. Wat gebeurt, wanneer men kristallen van kopersulfaat in sterk zwavelzuur brengt en wat gebeurt, wanneer men een mengsel van zoutzuurgas en lucht over verhit kopersulfaat leidt?

16. Hoe kan men uit een alliage van koper en tin door middel van salpeterzuur een koperverbinding en een tinverbinding afzonderlijk verkrijgen?

17. Wat betekent het, dat het oplosbaarheidsproduct van FeS is 2.5 X 10~19? Is dat van CuS groter of kleiner dan van FeS? Waaruit leidt ge dit af?

18. Geef één wijze waarop men zou kunnen maken: a. koperoxyde uit kopernitraat, b. kopersulfaat uit koperoxyde, c. ko-

Sluiten