Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Als resultaat van de qualitatieve analyse van een enkelvoudig zout vindt men, dat het zout is loodcarbonaat. Welke proeven heeft men hiervoor moeten verrichten?

13. Hoe kan men onderzoeken of door poedersuiker rattenkruit is gemengd?

14. Beschrijf in het kort de gang van de qualitatieve analyse van ferrichloride.

15. Van een monster soda weegt men een hoeveelheid af gelijk aan een mol zuiver natriumcarbonaat en lost dit op tot 1 liter. 25 cm3 van deze oplossing worden geneutraliseerd door 48 cm3 normaal zwavelzuur. Hoeveel percent zuiver natriumcarbonaat bevat deze soda?

16. Op welke wijzen kan men het onderscheid tussen ferroen ferrizouten aantonen?

17. Hoe kan men aantonen dat: a. groene vitriool een ferroverbinding, b. blauwe vitriool een koper (cupri-) verbinding, c. menie een loodverbinding, d. rattenkruit een arsenicumverbinding, e. salmiak een ammoniumverbinding is?

18. Hoe toont men aan, dat een gas is: a. kooldioxyde,

b. zwaveldioxyde, o. koolmonoxyde ?

19. Hoe zoudt ge aantonen in oplossing in water: a. een chloride naast een bromide, b. een carbonaat naast een sulfaat,

c. een nitraat naast een nitriet, d. een jodide naast een orthofosfaat?

20. Wat verstaat men onder een normaaloplossing der volgende stoffen: a. kaliumpermanganaat (oxydimetrisch), b. jodium, c. natriumthiosulfaat, d. oxaalzuur (oxydimetrisch en acidimetrisch), e. ferrosulfaat (oxydimetrisch)? Geef toelichting.

21. Beschrijf de gang van het qualitatief onderzoek van aluminiumsulfaat en van bariumchloride. Geef er de vergelijkingen bij.

22. Men neutraliseert 10 cm3 van een mengsel van de drie zuren zwavelzuur, salpeterzuur en zoutzuur met 8 cm3 N NaOH en dampt de oplossing tot droog in. Het mengsel van zouten weegt volkomen droog 0.5195 gram. Dit mengsel behandelt men

Sluiten