Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkingswet) voor deze dissociatie? Leg met behulp van deze wet uit, welke invloed een verkleining van het volume op dit evenwicht heeft.

31. Als men aan een oplossing van zinksulfaat een weinig verdund azijnzuur toevoegt en daarna zwavelwaterstof door leidt, slaat zinksulfide neer. Voegt men echter in plaats van azijnzuur verdund zoutzuur toe, dan ontstaat geen neerslag. Verklaar dit met behulp van de ionentheorie.

32. Geef een voorbeeld (met de reactievergelijking) van een zout, dat door water volledig wordt ontleed.

33. Welke reacties hebben plaats en wat neemt men waar als men a. een staaf zink hangt in een oplossing van loodacetaat; b. chloorwater voegt bij een overmaat van een oplossing van geel bloedloogzout, d. chloor leidt door een oplossing van kaliummanganaat, e. een oplossing van stannochloride voegt bij een oplossing van sublimaat? Schrijf de ionenvergelijkingen op van bovengenoemde, reacties, onder weglating van die moleculen en ionen, die niet rechtstreeks bij de reactie zijn betrokken.

34. Als 1 liter 0.1 normaal kaliloog geneutraliseerd wordt met 1 liter 0.1 normaal zoutzuur, komt er evenveel warmte vrij, als wanneer ze geneutraliseerd wordt met 1 liter 0.1 normaal zwavelzuur. Hoe verklaart men dit feit met de ionentheorie?

35. Wanneer noemt men een zuur sterk en wanneer zwak? Noem twee verschillende manieren (geen bizonderheden), waarop men de sterkte van twee zuren met elkaar kan vergelijken.

36. Welke reacties hebben plaats en wat neemt men waar als men verdund zwavelzuur voegt bij: a. een oplossing van waterglas, b. een oplossing van ammoniumsulfoarseniet, c. een oplossing van kaliumchromaat? Schrijf voor de onder c. genoemde reactie tevens op de ionenvergelijking onder weglating van die moleculen en ionen, die niet rechtstreeks bij de reactie betrokken zijn.

37. Noem één voorbeeld van een normaal zout, dat in oplossing neutraal reageert; evenzoo één voorbeeld van een nor-

Sluiten