Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe kan bij a., b., c. en d. aangetoond worden, dat de door de vergelijkingen voorgestelde werkingen plaats hadden?

52. Geef één methode van bereiding (niet uit de elementen) voor elk der volgende stoffen: a. zwaveldioxyde, b. kooloxyde of koolmonoxyde, c. kooldioxyde, d. ammonia, e. broomwaterstof, ƒ. een oplossing van waterstofdioxyde of -peroxyde. Hoe kan voor een der onder a., b., c. en d. genoemde stoffen de moleculairformule worden vastgesteld?

53. a. Verdund zwavelzuur wordt gebracht bij zink en arseentrioxyde; b. zoutzuur wordt gebracht bij zwavelijzer; c. een mengsel van koper en goud wordt gebracht bij verdund salpeterzuur; d. een mengsel van koper en goud wordt gebracht bij verdund koningswater; e. een mengsel van koper en zilver wordt gebracht bij verdund koningswater; ƒ. water wordt gebracht bij calciumcarbide.

Welke zijn de vergelijkingen voor de scheikundige werkingen, welke in elk van deze zes gevallen plaats hebben? Wat ziet men gebeuren, wanneer het bij o. gevormde en daarna gedroogde gas sterk wordt verhit in een glazen buis? Wat ziet men gebeuren, wanneer de b., c., d. en ƒ. bedoelde werkingen plaats hebben?

54. Schrijf de vergelijkingen op van de ionensplitsing van aluminiumhydroxyde.

55. Verklaar hoe men uit het geleidend vermogen van een oplossing de dissociatiegraad van de opgeloste stof kan bepalen.

56. Beschrijf in het kort één bereiding van elk der volgende stoffen.: a. chloor, b. fosfor, c. zink, d. soda en e. loodwit.

57. Hoe kan door titratie de sterkte van een jodiumoplossing worden bepaald? Welke toepassingen kent ge hiervan?

58. Geef één bereidingswijze op voor: a. zwaveltrioxyde, b. stikstof, c. koolmonoxyde, d. orthofosforzuur.

59. Wat zal gebeuren, wanneer zoutzuurgas geleid wordt in een sterke oplossing van keukenzout? Geef hiervan een verklaring volgens de ionentheorie.

60. Wat ziet men, wanneer zwavelwaterstof wordt gevoerd in een oplossing van ferrichloride ? Wat ziet men, wanneer

Sluiten