Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samensmelten aan de lucht van bruinsteen met kaliumcarbonaat en van chromioxyde met kaliumcarbonaat? Welk verschil merkt gij hierbij op?

112. Hoe maakt men van a. kaliummanganaat kaliumpermanganaat, b. van kaliumchromaat kaliumbichromaat, c. van kaliumcarbonaat kaliumbicarbonaat en omgekeerd?

113. Welke oxydatiemiddelen (reductiemiddelen) kent ge? Hoe worden zij bereid en hoe is hun werking? Geef hierbij voorbeelden zowel uit de anorganische als uit de organische chemie.

114. Hoe kunnen die volgende elementen uit hun oxyden worden verkregen: a. koolstof, b. calcium, c. fosfor, d. zwavel?

115. Op welke wijze kunt ge aantonen, dat salmiak bij verhitting dissociƫert in ammoniak en zoutzuurgas?

116. Hoe zoudt ge van een mengsel van natriumcarbonaat en -bicarbonaat het gehalte aan natriumcarbonaat bepalen?

117. Beschrijf beknopt: a. het drogen van gassen, b. het opvangen van gassen, c. het scheiden van gassen.

Sluiten