Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ORGANISCHE CHEMIE.

1. INLEIDING.

(Analyse, Isomerie, Polymerie, Homologie, Functies, Nomenclatuur)

1. Men zegt, dat de ureumsynthese van Wöhler in 1828 de scheiding tussen anorganische en organische chemie heeft weggenomen. Naar aanleiding hiervan merkte een bioloog op: „dat het lang vóór 1828 bekend was, dat kooldioxyde, een wat eenvoudigere verbinding dan ureum, in de levende lichamen van dieren zowel als van planten wordt geproduceerd en ook door elk koolvuur, elke gasbrander en elke kaars. Wat voor bizonders zit er dan in de synthese van ureum in vergelijking tot de synthese van kooldioxyde ? Ureum zelf wordt niet in het lichaam gesynthetiseerd, maar is een splitsingsproduct van eiwitten”. Wat is uw mening hierover?

2. Aan welke groep herkent men een alcohol, een keton, een nitril, een zuur, een amine, een aether?

3. Hoe bepaalt men qualitatief en hoe quantitatief de stikstof in organische verbindingen?

4. Wanneer men voor een verzadigde koolwaterstofrest R, Rlf R2, enz., schrijft, hoe luiden dan de formules voor een aether, een bromide, een keton, een nitril, een zuur, een amine?

5. Tot welke homologe reeksen behoren de volgende verbindingen: (CH3)2. CH.COOH; (CH3)3. C.CH2.CH3; CHs.CO. CH2. CH3; CH3. CHOH. CH3; CH3. CH2. CN; CHs. CH2. NH2? Welke zijn de namen van deze verbindingen?

6. Geef de structuur van twee homologen van formaldehyde HCHO, van cyaanwaterstof HCN, van mierenzuur HCOOH. Geef er de namen bij.

7. Schrijf de structuurformules van: methoxyaethaan; aethaancarbonitril; propanol 2; nitroaethaan; butanon; hydrogeencarbonzuur; aethanol 1 carbonzuur 1; 2 aminopropaan.

Sluiten