Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Uit aetheen benzeen, hieruit tolueen en hieruit benzylalcohol te bereiden.

16. Geef de structuurformules der butylalkoholen en hun oxydatieproducten.

17. Hoe onderscheidt men primaire, secundaire en tertiaire alkanolen met gelijk aantal koolstofatomen van elkaar (2 manieren) ?

18. Uit aetheen te bereiden aethylchloride, hieruit aethylamine, hieruit aethylalcohol en hieruit weer aetheen.

6. ESTERS.

(Cn H2„02.)

1. Geef de structuurformules van isopropylacetaat, aethylhydrosulfaat, dimethylsulfaat, isopropyl-isobutyraat, nitroglycerol.

2. Uit methaan als enige organische verbinding aethylacetaat te bereiden.

3. Hoe en onder welke omstandigheden werkt natriumhydroxyde op aethylacetaat, op propyljodide, op natriumacetaat?

4. Men vermengt een mol azijnzuur met een mol aethylalkohol en wacht tot geen verandering der hoeveelheden meer plaats heeft. Hoe lang zal men ongeveer moeten wachten? Welke stoffen komen dan in het mengsel voor? Hoe verklaart men, dat na enige tijd na de menging de hoeveelheden niet meer veranderen?

In deze toestand blijkt, dat er Vs m°l azijnzuur is overgebleven. Bereken de evenwichtsconstante (evenwichtseoëfficient).

5. Wat ontstaat bij inwerking van zilveracetaat op aethyljodide en van loodnitraat op aethyleenchloride?

6. Geef tabellarisch de verschillen tussen a. nitroglycerine en nitrobenzol, b. tussen zouten en esters?

7. Waarom ontstaat er meer warmte bij de inwerking van 1 mol zoutzuur op 1 mol natriumhydroxyde dan bij de inwerking van 1 mol zoutzuur op 1 mol aethylalkohol, zelfs wanneer de laatste reactie aflopend zou zijn?

Sluiten