Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. ZUREN.

(Alkaancarbonzuren CnH2n02, Benzeencarbonzuren).

1. Welke verbindingen hebben de moleculairformule C4H802? Welke zijn hun namen? Zijn er ook aldehyde- en ketonalkoholen onder? Welke hebben een asymmetrisch koolstofatoom.

2. Uit methanol te bereiden monobroomaethaan en hieruit aethaancarbonzuur.

3. Welke isomeren hebben methylacetaat en methylformiaat? Welke zijn hun namen?

4. Maak telkens uitgaande van azijnzuur als eenig organisch product: isopropylalkohol, acetyleen, aethylacetaat, methylalkohol, isoboterzuur, methaan, aceton.

5. Waaraan is de reducerende werking van mierenzuur toe te schrijven?

6. Geef de structuurformule van een der hoofdbestanddelen van een vet en laat daarop kalkwater inwerken.

7. Hoe kan men uit een alkaan een ander maken met 1 C meer en hoe met 1 C minder?

8. Men laat op 1 mol kokende toluol 1 mol chloor inwerken, behandelt het verkregen organisch product met cyaankalinm en verzeept het daarna. Welk product ontstaat er ten slotte?

9. Hoe kan men van benzol komen tot benzonitril?

10. Uit koolstof azijnzuur te bereiden.

11. Uit benzol te bereiden benzoƫzuur en omgekeerd.

12. Hoe werkt kaliloog op acetylchloride, op sec. butylcyanide?

13. Laat op propionaldehyde cyaanwaterstof inwerken, verzeep het ontstane product en reduceer het daarna. Welke zijn de reacties, die hierbij plaats hebben?

14. Maak uit aethylalkohol, aethylchloride, hieruit propionitril, hieruit kaliumpropionaat, hieruit aethaan, hieruit aethyleen, hieruit aethylhydrosulfaat en hieruit weer aethylalkohol.

15. Wat gebeurt, wanneer men aan een zeepoplossing zoutzuur en wat, wanneer men er hard water aan toevoegt?

Sluiten