Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaliumbichromaat, d. de additie van blauwzuur en aldehyde, en e. de ontleding van de bij d. gevormde stof door water (onder invloed van verdund zuur of verdunde loog).

Hoe kan bij o. worden aangetoond en aan welk verschijnsel kan bij b. en c. worden herkend, dat de door de vergelijkingen voorgestelde werkingen plaats hadden?

13. Hoe werkt a. een mengsel van zwavelzuur en salpeterzuur op glycerol, b. salpeterzuur op benzol, c. zwavelzuur op fenol, d. een oplossing van natriumhydroxyde op de boterzure aethylester? Hoe verkrijgt men uitgaande van benzol: a. aethylbenzol, b. aniline?

14. Welke zijn de vergelijkingen voor de bereiding van elk der volgende stoffen: a. aethylaether, b. monojoodaethaan, c. aetheen, d. 1.2 dibroomaethaan, e. acetyleen, ƒ. azijnzuur, g. propanon, h. glycerol, i. benzol uit benzoëzuur, j. benzolsulfonzuur, 7e. nitrobenzeen en aminobenzeen?

Hoe worden de bereidingen van a. c. e. en ƒ. in de practijk uitgevoerd? (hiervan alleen de hoofdzaken mededelen).

15. Welke zijn de structuurformules van: a. pentaan (alle isomeren), b. methoxyaethaan, c. de met de aether van b. isomere alkoholen, d. isoboterzuur, e. de isopropylester van isopropionzuur, ƒ. diaethylamine, g. acetylchloride, h. propeen, i. de monomierenzure glycerolester, j. benzylalkohol, 7c. salicylzuur of ortho-oxybenzoëzuur ?

16. Hoe en onder welke omstandigheden werkt zoutzuur op zetmeel, diaethylamine, methylalkohol, acetyleen, kaliumfe(no) laat?

17. Geef de structuurformule en de vergelijking voor één bereiding van elk der volgende verbindingen: methaan, aethylacetaat, acetyleen, aceton, toluol en aniline.

18. Welke zijn de kenmerkende reacties van monosacchariden?

19. Wat verstaat men onder de cyaanhydrine-synthese en waarop komt zij ten slotte neer?*Geef twee voorbeelden.

20. Hoe kan men in bamsteenzuur 1 waterstofatoom vervangen door broom? Welke belangrijke eigenschappen heeft dit broomproduct?

Sluiten