Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velznur. Geef de vergelijkingen met structuurformules van de plaals hebbende reacties. Welke van de werkingen zijn ionenreacties?

43. Men wil de structuurformule bepalen van een verbinding met de formule C4H10O en gaat daartoe als volgt te werk:

a. men oxydeert de stof en vindt, dat het oxydatieproduct in staat is Fehlings proefvocht te reduceren. Welke verbindingen C4H10O zouden het wel en welke zullen het niet kunnen zijn?

b. Men laat PC15 op de stof inwerken en reduceert de ontstane stof met waterstof in staat van wording. Hierbij wordt een koolwaterstof gevormd, die identiek is met de stof, die bij inwerking van natrium op aethylchloride kan ontstaan. Welke is de gevraagde structuurformule en welke zijn de reactievergelijkingen voor de uitgevoerde proeven?

44. Welke zijn de structuurformules van de chemische verbinding, die in de onder de volgende namen bekende stoffen aanwezig is en geef zeer beknopt aan hoe men in de techniek deze chemische verbindingen verkrijgt: a. carbol, b. aethylalkohol,

c. aniline, d. glycerine, e. nitroglycerine, ƒ. melkzuur, g. wijnsteenzuur, h. druivensuiker.

45. Een optisch actieve stof met de formule CgHi20 blijkt bij oxydatie aldehyde te leveren. Welke is de structuurformule van die stof?

46. Welke verbindingen hebben de formule C2H60. Hoe kan men de structuurformule van elk isomeer bepalen?

47. Welke isomeren kent ge van C3H9N en welke van C9H12? Hoe heten zij?

48. Welke verbindingen hebben de moleculairformule C2H402? Hoe onderscheidt men ze van elkaar?

49. Hoe kan men van azijnzuur komen tot bamsteenzuur?

50. Geef voorbeelden van organische verbindingen, die reageren met een base, met een zuur, met een zout.

51. Hoe vervangt men in aceton 1 waterstofatoom en hoe het zuurstofatoom door chloor?

52. Welke verschillen in eigenschappen vertonen monochloorazijnzuur en acetylchloride?

Sluiten