Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53. Bewijs de structuurformule van aethylalkohol en ook die van glucose. :

54. Uit zetmeel-aceton te bereiden.

55. Men vervangt in C4H10 twee waterstofatomen door chloor. Welke isomeren krijgt men en welke zijn optisch actief?

56. Men laat in een calorimeterbom 1/100 mol van een explosiemiddel ontploffen. Na bekoeling houdt men over 0.45 gram water, 666.6 cm3 koolzuurgas, dat men door kaliloog laat absorberen, en een gasmengsel, bestaande uit stikstof en zuurstof, dat een volume inneemt van 388.85 cm3 en een dampdichtheid heeft van 14.28. Wat is de formule van dit explosiemiddel en hoe luidt zijn explosievergelijking?

57. Aan 100 cm3 van een ureumoplossing wordt overmaat van kaliloog toegevoegd en gekookt. Het ontstane gas wordt geleid in 50 cm3 N zwavelzuur en nadat de reactie is afgelopen titreert men de overmaat zwavelzuur terug met 40 cm3 %N NaOH. Hoeveel percent ureum bevat de vloeistof?

58. Met betrekking tot welke eigenschappen kimt ge alkoholen beschouwen als watermoleculen, waarvan een waterstofatoom vervangen is door een alkyl? Neem aethylalkohol als voorbeeld.

59. Welke producten kunnen zoal ontstaan bij voorzichtige en voortgezette oxydatie van glycol? Hoe heten zij?

60. Azijnzuur en melkzuur hebben dezelfde empirische formule. Welke is deze? Noem andere verbindingen met diezelfde empirische formule en beschrijf nauwkeurig hoe ge de moleculairformule van een ervan zoudt bepalen.

61. Wat verstaat men onder een optisch inactief niet splitsbaar en wat onder een optisch inactief splitsbaar lichaam? Geef van elk een voorbeeld.

Sluiten