Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATUURLIJK ZWEMONDERWIJS

Zwemonderwijs langs natuurlijke weg heeft het groote voordeel, dat al naar gelang de grootte van het beschikbare bassin aan io tot 24 leerlingen tegelijk les gegeven kan worden. Afgescheiden van het feit, dat hierdoor veel gemakkelijker een speelvorm aan het onderwijs is te geven dan bij individueel onderricht, komt daarbij het groote voordeel van de gunstige invloed, welke door de vlugge leerlingen op de overigen wordt uitgeoefend.

De in ons land meest bekende methode van „Natuurlijk Zwemonderricht” is die van den Oostenrijker Kurt Wieszner. Een groot deel van de hierna volgende beschrijving der methode is aan Wieszner’s boekje „Natürlicher Schwimmunterricht” ontleend.

Alvorens met het feitelijke zwemonderwijs te kunnen aanvangen, dienen de leerlingen zich geheel vrij te gevoelen in het water, de watervrees dus geheel overwonnen te hebben. Met leerlingen, die zich nog niet thuis voelen in het water heeft het geen zin methodisch te werk te gaan, omdat zij de verschillende oefeningen dan niet met de noodzakelijke vrijheid durven uit te voeren. Aan de overwinning van de watervrees dient alle aandacht besteed te worden. Eerst wanneer de leerlingen in knie- tot heupdiep water aan de uitbundigste schermutselingen vrij durven deel te nemen, met vreugde zich een onderdompeling laten welgevallen, kan met het feitelijke onderwijs worden aangevangen.

Eenige voorbereidende oefeningen dienen aan dit onderwijs vooraf te gaan en wel de oefeningen om de leerlingen te wennen aan een vlakke ligging op het water en het besef bij te brengen, dat zij door het water gedragen worden.

De leerlingen worden opgesteld in water van zoodanige diepte, dat zij in gehurkte houding met de armen om de knieën nog juist met den mond boven water zijn. (Zie afb. 5). Wij laten de leerlingen thans diep in ademen en daarna hoofd en romp voorover buigen, waardoor het hoofd onder water komt. De leerling zal dan ondervinden, dat het hem niet mogelijk is in deze houding te blijven zitten. Het lichaam zal voorover kantelen, de voeten zullen grond verliezen en vrijwel onmiddellijk nadat het hoofd onder water is gebracht, zal het lichaam in de houding komen als in afb. 6 is aangegeven.

Sluiten