Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATUURLIJK ZWEMONDERWIJS

teren te plaatsen, de leerlingen moeten echter spoedig wennen dezelfde houding te kunnen aannemen met de vingers naar voren geplaatst.

Bij de oefening met beide beenen tegelijk zullen de leerlingen over de handen heenvallen of naar voren schuiven, hetgeen het bewijs is, dat het water krachtig naar achteren wordt weggeduwd.

Vanzelfsprekend verdient het aanbeveling de oefeningen te houden in een speciaal daarvoor ingericht bassin. De voornaamste eischen aan een dergelijk bassin te stellen zijn wel de loodrechte wanden en een van kniediep tot borstdiep water afloopende bodem. Wordt over een dergelijk bassin beschikt, dan kan de laatste oefening prachtig worden uitgevoerd van ondiep naar diep toe, waardoor de leerlingen over den grond heen kunnen loopen en moeten probeeren, zoodra de vingers den bodem niet meer kunnen raken, toch door te zwemmen.

De beenbeweging wordt daarna gemaakt in aansluiting op den afzet van den zijwand. Indien de voorgaande oefeningen goed aangevoeld worden en uitgevoerd zijn, zullen de leerlingen deze oefening spoedig met gemak uitvoeren en al gauw in staat zijn een 5 of 6-tal beenslagen achter elkaar te maken. Bij deze oefening worden de armen voorwaarts gestrekt en het hoofd tusschen de armen gehouden.

Wanneer de leerlingen op deze wijze in staat zijn al naar gelang van leeftijd een behoorlijken afstand af te leggen kan met de armbeweging begonnen worden.

Het behoeft geen nader betoog, dat gedurende het aanleeren der armbeweging een voortdurend herhalen van de oefeningen der beenbeweging noodzakelijk is.

Terloops zij hier opgemerkt, dat de ademhaling bij voorgaande en bij het navolgende grootendeels buiten beschouwing is gelaten, omdat hierop in een afzonderlijk hoofdstuk wordt teruggekomen.

De armbeweging kan aangeleerd worden door de leerlingen op te stellen in water, dat tot iets onder de borst reikt. De romp wordt voorover gebogen, zoodat de kin op het water komt. De beenen staan in spreidstand. Deze houding komt het meest overeen met de zwemhouding en geeft den leerlingen een duidelijk beeld van de armbeweging, al wijkt in deze houding de beweging wel eenigszins af van de normale armbeweging.

Sluiten