Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZWEMSLAGEN

Afb. 25. Beenbeweging aan den zijkant van het bassin.

de heup. Gedurende het laatste deel van den doorhaal wordt de beweging rustig uitgevoerd en de hand verticaal gehouden, omdat anders het water naar boven wordt geduwd en het lichaam dieper komt te liggen. Zoodra de hand aan de oppervlakte van het water is gekomen wordt de arm zooveel mogelijk gedraaid (de rechterarm naar rechts, de linkerarm naar links) en met een grooten boog gestrekt naar voren gebracht. Bij deze armbeweging is een insteken in het water niet mogelijk en de zwaaibeweging bevordert de gewenschte rustige ligging niet. De voorkeur dient dan ook gegeven te worden aan de eerst bedoelde armbeweging, alhoewel erkend moet worden dat ook met deze arm-beweging prachtige resultaten kunnen worden bereikt.

Het lichaam is gestrekt, de lendenen worden niet overdreven

Afb. 26. De linkerarm is naar links gedraaid en wordt met een grooten zwaai naar voren gebracht.

hol gehouden. Het hoofd kan het beste een weinig opgeheven worden gehouden. De houding van het hoofd verschilt intusschen nogal eens. De één houdt het hoofd veel meer opgeheven dan de

Sluiten