Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZWEMSLAGEN

Afb. 27. Een moment van den samengestelden tugslag. De zwemmer is bezig de beenen in te trekken en wil juist aanvangen om de armen langs het hoofd te brengen. De mond is open om te kunnen inademen.

achterhoofd in het water, armen gestrekt langs en over

het lichaam, de duimen in elkaar gehaakt.

Eerste beweging:

Beenen intrekken.

Tweede beweging:

Beenen spreiden en sluiten, armen overhalen.

Derde beweging:

Armen omhalen.

De beenbeweging is gelijk aan die van den enkelvoudigen rugslag. Wij herhalen nog even, dat door de beweging, waarbij het water met den voetzool naar achteren wordt geduwd, de meeste stuwkracht kan worden geleverd.

De armen, waarvan de duimen in elkander gehaakt zijn worden in deze houding overgehaald en langs het hoofd in het water gebracht. Gedurende den overhaal worden de handen zoodanig gedraaid, dat deze verticaal komen met den duim boven. Geheel gestrekt worden de armen omgehaald, waarbij de zwemmer er voor dient te zorgen met arm en vlakke hand zooveel mogelijk water krachtig naar achteren te duwen. De arm wordt niet door het water gesneden, maar de zwemmer moet voelen, dat hij het water grijpt en naar achteren verplaatst. De omhaal eindigt bij de dijen, waarna de armen boven water worden gebracht en de

Sluiten