Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZWEMSLAGEN

Afb. 29. Beenbeweging. De handen zijn op den bodem van het bassin geplaatst.

deel. De beenbeweging is minder moeilijk dan van den borstcrawl. In het algemeen voelen de leerlingen de stuwkracht van deze beweging vlugger en beter aan. Vele leerlingen, die den borstcrawl niet machtig kunnen worden hebben dezen slag, althans de beenbeweging, dikwijls gauw te pakken. Desondanks zullen talloos velen ook voor dezen slag ongeschikt blijken.

Het been wordt in de knie en in de heup gebogen. De buiging in de knie is iets meer dan bij den borstcrawl. De beweging geschiedt vanuit de heup. Het gebogen been wordt krachtig gestrekt, waarbij het water met de wreef en den bovenkant van het been wordt weggeduwd. De opwaartsche beweging, het opslaan van het been, levert de stuwkracht. Wordt de beweging goed uit gevoerd Han ziet men het water boven de voet opborrelen. De beweging is het best te vergelijken met die, welke gemaakt wordt om een slof uit te schoppen.

Bij het opslaan van het onderbeen is de voet naar binnen gedraaid. Heeft de leerling een soepel enkelgewricht dan kan de wrikbeweging worden toegevoegd. Deze beweging is echter zeer moeilijk te onderwijzen en leeren de leerlingen vrijwel uitsluitend door eigen gevoel aan.

Evenals bij den borstcrawl is het noodzakelijk de beenbeweging geheel afzonderlijk te beoefenen. Het beste kan de beweging aangeleerd worden in ondiep water door de handen achterwaarts op den grond te plaatsen. In diep water kunnen de armen langs het lichaam worden gehouden of op de borst gekruist. Ook kun-

Sluiten