Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RUGSLAGEN

Afb. 30. Beenbeweging met de armen langs het hoofd. Het hoofd is iets opgeheven. De kin wordt tegen de borst gehouden.

nen deze gestrekt langs het hoofd worden gehouden.

Het lichaam wordt niet opzettelijk gestrekt. Zelfs verdient het voor sommige leerlingen aanbeveling het lichaam een weinig in de heupen te buigen. De armbeweging geschiedt evenals bij den borstcrawl om beurten. Wordt de eene arm door het water gehaald, dan wordt de andere boven water langs het hoofd gebracht. Toen de slag in ons land bekend werd, werd de arm in het verlengde van de lijn van het lichaam in het water geplaatst. Men is echter tot de overtuiging gekomen, dat het eerste deel van den doorhaal voor de voortstuwing van weinig beteekenis is, omdat wel van een zijwaartsch- maar niet van een naar achteren duwen van het water sprake is. Daarom wordt de arm in een hoek van ongeveer 150 graden met den zijkant van het lichaam in het water geplaatst. De arm wordt met een licht gebogen elleboog zij-achterwaarts krachtig door het water gehaald, zoodanig dat met arm en vlakke hand de grootst mogelijke hoeveelheid water naar achteren wordt weggeduwd. Bij het laatste deel van den doorhaal wordt geen kracht meer gebruikt en laat men den arm als het ware uitloopen. De doorhaal geschiedt tot de arm geheel langs het lichaam is gekomen. Tegelijkertijd dat de eene arm boven water wordt gebracht (door deze loodrecht op te tillen) begint de doorhaal met den anderen arm.

Er is wat meer schommeling in de schouders dan bij den borstcrawl. Bij het in het water brengen van den arm draait de schouder vrijwel geheel in het water, terwijl bij den uithaal de schouder

Sluiten