Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZWEMSLAGEN

Afb. 31. Moment van den rug-crawl. De rechter arm wordt juist in het water gebracht, terwijl de linker arm den doorhaal beëindigd.

weef boven water wordt gebracht, hetgeen den uithaal vergemakkelijkt, Bij het overhalen van den arm mag deze niet zijwaarts afwijken, doch dient deze in de lijn van het lichaam te blijven.

Het been-tempo van den rugcrawl is voortdurend snel. Tegen een volledige armbeweging worden ten minste zes beenbewegingen (met ieder been drie) gemaakt.

De armbeweging is niet afzonderlijk te beoefenen. Weliswaar wordt deze beweging beoefend door met de teenen der voeten een stang op de waterlijn aan den zijkant van het bassin vast te houden, maar wij kunnen deze oefening niet aanbevelen, omdat het lichaam in een te gedwongen en te gespannen houding komt. Ook kan de leerling doordat het lichaam zich niet verplaatst het juiste effect der beweging niet aanvoelen.

Wordt de armbeweging in diep water zonder beenbeweging uitgevoerd dan vertoonen de beenen neiging om te zakken, waardoor een zuivere armbeweging evenmin mogelijk is.

In verband hiermede wordt in de eerste plaats de beenbeweging beoefend en deze oefening net zoolang volgehouden, totdat de leerling zonder daarbij te denken de beweging vlot en met

Sluiten