Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STARTEN

kan worden uitgevoerd. Bovendien is de af te leggen baan langer en de remming grooter. De gewone zwemmer, die eens wil zien hoe ver hij door zijn start uitdrijvende kan komen doet beter een kleine boog met een maximum diepte van 60 of yocm onder water te beschrijven, omdat dan gedurende het laatste deel van het uitdrijven geprofiteerd kan worden van den opwaartschen druk van het water, hetgeen de snelheid ten goede komt. Hiertegenover staat de ietwat grootere remming, omdat het lichaam dieper in het water komt, maar het saldo levert tenslotte voordeel op.

Vanzelfsprekend wordt de startsprong alleen toegepast bij die zwemslagen, welke daarvoor in aanmerking komen n.1. de borstslagen. Bij het rugzwemmen geschiedt de start in het water. De handen worden vastgehouden aan een stang of aan den bassinrand, terwijl de voeten tegen den bassinwand worden geplaatst. De knieën zijn zooveel mogelijk gebogen om een krachtigen afzet mogelijk te maken. Bij deze wijze van starten is de aanvangssnelheid heel wat minder dan bij den startsprong en kan de arm en beenbeweging onmiddellijk ingezet worden.

Het „Keeren” is al even belangrijk als het starten. Ook hierbij kunnen wij menigmaal zien, dat door een slecht genomen keerpunt een belangrijke voorsprong in een achterstand wordt omgezet.

Voor den gewonen zwemmer is een vlot genomen keerpunt een sportief genoegen. Aan het eind van de baan een kringetje te zwemmen, wij zouden kunnen zeggen om een tonnetje te zwemmen, is niet je ware. Het vlot nemen van een keerpunt is voor jong en oud een even groot genoegen als een flinke start.

De wedstrijdreglementen schrijven voor, dat bij den schoolslag het keerpunt met twee handen aangetikt moet worden, bij de andere zwemslagen met één. Het minst moeilijk is de start, waarbij met één hand de zijwand van het bassin mag worden aangeraakt, omdat de andere arm voortdurend tenvolle gebruikt kan worden om den draai te bevorderen.

Voor het nemen van een keerpunt geldt in het algemeen, dat de zwemmer moet zorgen in de meest voordeelige houding aan te tikken. Deze houding is met den strekten arm boven het hoofd. Geroutineerde zwemmers weten het altijd wel zoo uit te rekenen, dat zij in die houding aantikken. Wordt nu met den linkerarm

Manger, Zwemmen .

Sluiten