Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ADEMHALING

tmling te verkrijgen, dat overeenkomt met het tempo gedurende het wedstrijdzwemmen.

Een zeer goede oefening is in het water van ongeveer 1.80 m diepte door een afzet van den bodem op en neer te springen. De zwemmer zet met de beenen krachtig van den bodem af. Tegelijk duwt hij de armen, die boven het hoofd zijn naar beneden, waardoor

het lichaam in loodrechten stand met flinke snelheid naar boven zal komen en een belangrijk deel boven water uit zal schieten. Zoodra het lichaam boven water is brengt de zwemmer de armen weer boven het hoofd en laat hij het gestrekte lichaam zakken. Daar het lichaam voor een groot deel bovenwater is uitgekomen zal het

door de zwaartekracht geheel onder water verdwijnen en zelfs zoo diep zakken, dat de voeten, terwijl de knieën gebogen zijn op den bodem van het bassin komen. Thans volgt weer de afzet met het naar beneden duwen der armen. Onnoodig te zeggen, dat boven water door den mond ingeademd wordt en onder water, hetzij door den neus, hetzij door den mond uitgeademd. Deze oefening in vlot tempo uitgevoerd is uitstekend geschikt om de ademhaling te beoefenen. De oefening zelf is uiterst eenvoudig en vraagt weinig aandacht. Bovendien is volkomen logisch, dat bij het naar boven brengen der armen wordt ingeademd en bij het naar beneden duwen wordt uitgeademd.

Wij moeten er hier nog eens op wijzen, dat de inademing door den wijd geopenden mond moet geschieden, omdat de neuskanalen te nauw zijn om in den beschikbaren tijd voldoende lucht in te

Af b. 37. Ademhalings-oefening. De zwemster schiet boven het water uit, na den afzet van den bodem. Diep inademen.

Sluiten