Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ADEMHALING

zuigen, bovendien zijn de kanalen door druppeltjes water verstopt. De uitademing kan de zwemmer naar eigen verkiezing regelen. De mond moet flink wijd geopend worden om een ruime inademing mogelijk te maken. De zwemmer zal er voor moeten zorgen, dat de mond goed vrijkomt van het water. Daarmede zal

hit bij de zwemslagen, waarbij

het hoofd op zij wordt gedraaid weinig moeilijkheid hebben, omdat door de groote snelheid het hoofd een golfje in het water veroorzaakt. Van dit golfje zal, wanneer de stand van het hoofd goed is, het laagste punt juist bij den mond liggen, zoodat deze zonder veel moeite vrij komt van het water.

Overigens bedenke men, dat een goede ademhaling niet verkregen kan worden door den leerling of den in training zijnden zwemmer min of meer op te dringen op bepaalde momenten in- of uit te ademenen, maar door den leerling of

zwemmer te laten ondervinden hoe de ademhaling het beste kan plaats vinden. Bepaalde aanwijzingen zijn daarbij vanzelfsprekend noodig, maar succes kan alleen bereikt worden, wanneer de leerling de samenhang tusschen de bewegingen en de ademhaling goed aanvoelt.

Afb. 38. De armen worden langs het hoofd gebracht en de zwemster laat het lichaam weer zakken.

Sluiten