Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WEDSTRIJDZWEMMEN

De bedoeling van de zwemfeesten is, dat de massa aan het spel met het water kan deelnemen. Een prachtig nummer daarvoor is een estafette tusschen scholen en klassen. Van iedere school of klas nemen vyftien tot twintig leerlingen deel. De baan moet niet langer dan 25 of 30 meter zijn, zoodat een estafette wordt gezwommen b.v. 20 X 25 meter. Doorgaans zijn dergelijke estafetten buitengewoon interessant en zal er van veel strijd sprake zijn, omdat de gemiddelde tijd van de twintig beste leerlingen der verschillende schoolklassen, mits de leeftijd overeenkomt, vrijwel gelijk is. Wanneer zes of acht schoolklassen aan een dergelijke estaffette deelnemen zijn niet minder dan 100 k 150 jongens en meisjes bij de feestvreugde betrokken.

Het achteruit-zwemmen is een kunst op zich zelf en vereischt een goed gevoel voor den weerstand van het water en hoe deze het beste uitgebuit kan worden. Vele zwemmers kunnen vlak op het water (rug naar boven) liggende een groote snelheid bereiken.

Een wat moeilijker nummer is een duik van den zijkant van het bassin of indien meerdere planken beschikbaar zijn van 3 meter hoogte en in aansluiting daarop het oprapen van een voorwerp van den bodem van het bassin en met dat voorwerp naar een bepaalde plaats zwemmen.

Ook het overbrengen van een brandende kaars of een glas kalkwater is een aardig nummer voor het programma, waarbij een groote behendigheid tepas komt.

Tenslotte mogen wij nog de aandacht vestigen op de pantomine en het figuurzwemmen. Voor dit laatste nummer is een langdurige voorbereiding onder deskundige leiding noodig. Wij meenen hiermede een leidraad gegeven te hebben voor hen, die een programma voor een zwemfeest willen samenstellen, waarbij aan meerdere nummers door de groote massa met vrijwel gelijke kansen kan worden deelgenomen. Laat ons toch wel bedenken, dat wedstrijden en feesten in de eerste plaats een sportieve ontspanning moeten zijn voor de deelnemers zelf en dat fenomenale prestaties van enkelen tenslotte niets beteekenen in vergelijking met een, zij het ook geringe verbetering, van de gemiddelde prestatie der groote massa.

Sluiten