Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZWEMONDERWIJZER

Afb. 47. De zwemonderwijzers moeten met iedereen kunnen

omgaan.

leerlingen van de schoolklas den kant van het bassin nog niet durven loslaten of wanneer een andere leerling ondanks vrij geregeld oefenen aan het eind van het seizoen nog geen slag kan zwemmen. Hij zal de vraagbaak zijn van Jan en alleman en zal leiding moeten kunnen geven bij het sportieve zwemmen, bij het waterpolo en schoonspringen. Natuurlijk kan van den onderwijzer niet verwacht worden, dat hij een eerste klas waterpolowedstrijd fluit. Maar wel mag van hem verwacht worden, dat hij van de regels van het waterpolospel op de hoogte is en begrijpt waarom een scheidsrechter fluit en welke beslissing genomen zal worden. Evenzoo zal hij volkomen op de hoogte moeten zijn van de verschillende zwemslagen, van het schoonspringen en van alle mogelijke spelletjes, welke in het water gespeeld kunnen worden. De zwemonderwijzer zal tevens een goed zwemmer moeten zijn, omdat van hem geëischt mag worden, dat hij bij het klassikale onderricht het voorbeeld zal kunnen geven. Hij zal daarom de meest voorkomende zwemslagen, zoowel in hun geheel als in onderdeden moeten beheerschen. Immers bij het onderwijs zal de leerlingen niet gezegd moeten wórden hoe de armen omgehaald en de beenen bewogen worden, maar de leerlingen zullen de verschillende oefeningen voorgedaan moeten worden, omdat

Sluiten