Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TRAINER

nadere toelichting behoeven, dat het heel wat moeilijker is iemand zonder eenigen aanleg de zwemkunst bij te brengen dan het verder leiden van een leerling, die dank zij een natuurlijken aanleg en/of dank zij het voorgaande zwemonderwijs een goed gevoel voor de meest effectvolle zwembeweging heeft gekregen. Daarbij komt, dat de trainer doorgaans alleen aan een klein onderdeel der zwemsport leiding geeft en dat kleine onderdeel slechts behoeft te beheerschen, terwijl de zwemonderwijzer zoowel van het baanzwemmen, balgooien, popduiken, springen en spelen op de hoogte moet zijn en indien gediplomeerd ook inderdaad is. Zeer vele zwemonderwijzers zijn dan ook tegelijkertijd uitstekende trainers, maar zelden komt het voor, dat een trainer, zooals wij die in ons land kennen, een goede zwemonderwijzer is.

Intusschen willen wij met dit alles niet zeggen, dat de taak van den trainer niet moeilijk is. Zeker die taak is in vele gevallen lang niet gemakkelijk en zal de trainer heel wat oogenschijnlijk onbelangrijke factoren in de gaten moeten houden, wil hij zijn leerling naar een topprestatie voeren. Maar er zijn ook gevallen te over bekend, waarbij de trainer niets meer is geweest dan de man, die gezorgd heeft dat zijn leerling regelmatig oefende, terwijl record op record werd gebroken. Nog steeds zijn velen van meening, dat de technische verbeteringen van een zwemslag in het hoofd van den trainer worden uitgedacht. In verreweg de meeste gevallen ontstaan de verbeteringen, die een grootere snelheid veroorzaken of een betere ligging in het water tot gevolg hebben door het sterk ontwikkelde gevoel van den leerling zelf. Zoo is om een enkel voorbeeld te noemen de z.g.n. wrikbeweging met de voeten, welke bij de crawlbeenbeweging wordt uitgevoerd, niet uitgedacht. Op een gegeven moment is men tot de ontdekking gekomen, dat een zekeren zwemmer geheel uit eigen beweging en misschien zelfs zonder het zelf te weten deze beweging uitvoerde. Hieraan is toen meer aandacht gewijd met als gevolg, dat velen daar thans een grootere snelheid aan te danken hebben. Maar de beweging zelf is waarlijk niet ontstaan in de brein van den een of anderen trainer.

Waarop heeft nu de trainer voor het baanzwemmen in het bijzonder te letten.

In de eerste plaats — zooals reeds besproken — op de technisch zuivere uitvoering van den zwemslag. Het zal herhaaldelijk

Sluiten