Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWEMINRICHTINGEN EN WEDSTRIJDEN

absoluut noodzakelijk, dat de leerling zich voorloopig bepaald tot zeer korte afstanden, omdat het uithoudings-vermogen niet versterkt wordt door het zwemmen van afstanden, die sterk vermoeien en meer op een uitputting van krachten neerkomen. Daarbij komt, dat een vermoeide en uitgeputte leerling den zwemslag niet meer zuiver en als één vloeiend geheel kan uitvoeren. Alvorens de afstand dus verlengd wordt zal de leerling de baan met veel gemak van het begin tot het eind met den zelfden zuiveren slag moeten kunnen uitvoeren. De uitvoering van den slag mag derhalve aan het eind van de baan niet minder zijn dan aan het begin. Langzaam, uiterst langzaam wordt de baanlengte opgevoerd. Het behoeft geen nadere toelichting, dat bij een langere baan eerst met een langzaam tempo begonnen wordt. Het zal daardoor dikwerf maanden duren voor de leerling den afstand zwemt, waarop hij wenscht te oefenen. Beschikt men uitsluitend over een open zweminrichting dan zal bij de voorbereiding voor de 200 meter, die voorbereiding over twee seizoenen moeten worden verdeeld. Het eerste seizoen zal de leerling zich moeten bepalen tot afstanden van ongeveer ioo meter.

Wanneer de leerling zich op een afstand van 200 meter wil specialiseeren kan hij volstaan met tenslotte op banen van 300 meter te oefenen. Het heeft geen zin, op langere afstanden te oefenen, omdat op deze afstanden het tempo van den zwemslag te sterk verschilt met dat voor de kortere afstanden.

Het is de taak van den trainer leiding te geven aan de kalme regelmatige verzwaring der oefening en er voor zorg te dragen, dat inderdaad van een geregelde training sprake is. Onnoodig te zeggen, dat de leerling voortdurend onder geneeskundige controle moet staan en zorgvuldig nagegaan moet worden, dat de training geen afbreuk aan zijn gezondheid doet en inderdaad een versterking van zijn uithoudings-vermogen beteekent. Terloops zij hier even opgemerkt, dat een hygiënische levenswijze voor den leerling beslist noodzakelijk is.

Het zal niet mogelijk zijn de leerling ieder moment onder controle van een medicus te stellen. Daarom zal de trainer goed op de hoogte moeten zijn van de hygiënische trainings voorschriften en onmiddellijk aan den leerling moeten kunnen zien, wanneer een oefening te zwaar voor hem is of wanneer de leerling riiet volkomen „fit” is. Onder geen voorwaarde mag de training wor-

I

Sluiten