Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TRAINER

den voortgezet met leerlingen, die niet volkomen „fit” zijn.

Het uithoudings-vermogen valt en staat met de volkomen ongeforceerde regelmatige ademhaling. De trainer zorge er voor, dat de leerling bij iederen zwemslag in- en uitademt. Hij zal tusschen het baanzwemmen door leiding moeten geven aan de speciale ademhalings-oefening en er voor zorgen, dat bij deze oefeningen het tempo der ademhaling overeenkomt met het tempo gedurende het zwemmen. Tevens zal hij er voor moeten zorgen, dat tusschen de oefeningen door afzonderlijke oefeningen voor de beenbeweging worden gehouden.

Ook zal hij alle aandacht aan het starten en keeren moeten wijden. Doorgaans zal hierbij — vooral bij het keeren — heel wat te corrigeeren zijn. Het is opvallend hoe slecht door sommige onzer beste zwemmers gekeerd wordt. Het starten gaat in den regel veel beter, desondanks komen nog heel wat mislukte starten voor.

De trainer moet — evenals den zwemonderwijzer — een goed overwicht over zijn leerlingen hebben. Hij bedenke, dat de training voor hem en zijn leerling een sportief genoegen moet zijn en blijven en dat hij zijn overwicht op den leerling (al of niet met medewerking van de ouders) nimmer mag misbruiken om den leerling tegen diens eigen wil in tot een verdere training te dwingen of van diens fraaie prestaties een soort van kijkspel te maken. Hij bedenke voorts, dat zijn enthusiaste aanmoedigingen voor den leerling een krachtige stimulans zijn, maar zijn overdreven geschreeuw afbreuk doet aan de lust, waarmede de leerling oefent en onsportief en onsympathiek klinkt in de ooren van hen, die de oefeningen of wedstrijd gade slaan.

Manger, Zwemmen

7

Sluiten