Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRINGEN EN DUIKEN

De sprong, welke onmiddellijk voor den afzet van de plank wordt gemaakt heeft tot doel het lichaam omhoog te brengen. De afzet voor dezen sprong geschiedt met één been. Onmiddellijk, nadat het lichaam omhoog gaat, worden de beenen bij elkaar gevoegd, zoodat beide beenen tegelijk op het einde van de plank neerkomen. De plank zal diep doorbuigen. Tegelijk met het opspringen van de plank wordt nu krachtig in opwaartsche richting afgezet. Het resultaat van dezen afzet wordt door de terugspringende plank uiterst gunstig beïnvloed. Het is niet mogelijk aan te geven, op welk moment de gebogen knieën voor den afzet gestrekt moeten worden. Hier zal het gevoel van den leerling leiding moeten geven. De afzet van de plank beheerscht het welslagen van den sprong of duik. Zonder een goeden afzet, duidelijker misschien zonder een goede opwaartsche sprong in eenigszins voorwaartsche richting is het uitvoeren van een mooien sprong niet mogelijk. De beoefenaars van het schoonspringen zullen dan ook alle aandacht aan den aanloop met afzet moeten besteden. Zij zullen zich daarbij, zooals gezegd, door het gevoel moeten laten lijden. Iedere springer voelt onmiddellijk, wanneer de aanloop met afzet wel en niet gelukt is. Door voortdurend oefenen krijgt men vanzelf het juiste gevoel voor de geheele beweging te pakken. Bij den aanloop en afzet werken de armen volledig mee. Het beste is de beweging uit te voeren zonder daarbij te denken. Groote kans bestaat dan, dat inderdaad door het gevoel leiding wordt gegeven. De aanloop kan kort zijn, omdat het lichaam geen snelheid in voorwaartsche richting gegeven behoeft te worden. Drie of vier passen zijn voldoende. Terloops zij hier even opgemerkt, dat de wedstrijdreglementen voorschrijven, dat de schoonspringer tenminste drie passen moet maken, alsvorens de voorsprong naar de punt van de plank mag geschieden.

Beoefend worden nu de sprongen, waarbij de armen langs het hoofd en langs het lichaam gehouden worden, zooals in de teekeningen 61 en 62 is aangegeven. Hier zou aan kunnen worden toegevoegd de sprong met een halven draai om de lengteas. De leerling komt derhalve met het gezicht naar de plank toe. In aansluiting hierop kan de hurksprong beoefend worden. Onmiddellijk na den afzet neemt het lichaam de hurkhouding aan, zooals in fig. 64 is afgebeeld. Het aannemen van deze houding is niet moeilijk, maar de leerling zal moeite hebben om het evenwicht te

Sluiten