Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRINGEN EN DUIKEN

Afb. 67. De één- en driemeterplank.

ningen zal de leerling de duik nog veel te weinig beheerschen, dat hij in staat is een wenteling van het lichaam tegen te houden. De laatste oefening, zooals afgebeeld in fig. 66 wordt herhaald, maar thans wordt de romp minder sterk voorover gebogen en wordt de afzet, door een buiging in de knieën daaraan toegevoegd. In den beginne wordt een weinig krachtigen afzet gemaakt, zoodat meer van een voorover vallen dan van een voorwaartsch wegduiken sprake is. Langzamerhand wordt de romp minder voorover gebogen en de afzet krachtiger gemaakt, zoodat meer bereikt wordt, dat de leerling niet loodrecht naar beneden duikt maar in voorwaartsche richting in het water snijdt. De afzet wordt steeds met beide voeten tegelijk gemaakt.

Intusschen kan de valduik van de 3-meter plank beoefend worden. De leerling gaat op het einde van de plank staan de teenen iets over den rand, de armen gestrekt langs het hoofd. De leerling laat vanuit deze houding het lichaam gestrekt voorover vallen en zorge er voor, dat gedurende den val het lichaam in deze houding blijft. De valduik kan vanzelfsprekend ook rugwaarts gemaakt worden. De oefening is in het geheel niet moeilijk en slaagt altijd, mits de leerling er voor zorgt, dat het lichaam gedurende den val inderdaad volledig gestrekt blijft. Deze valduiken kunnen ook van de lage plank beoefend worden, maar in dit geval is het

Sluiten