Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBEREIDENDE OEFENINGEN

beter de duiken van grootere hoogten uit te voeren, omdat de af te leggen weg langer is en het lichaam daardoor meer gelegenheid heeft een halven slag om te maken. De valduiken worden en vanzelfsprekend niet uitgevoerd na een afzet. Zoodra de leerling deze duiken beheerscht en bij bovendien van de 3-meter plank na een Hinken afzet schuin voorwaarts in het water durft te duiken, kan overgegaan worden tot den zweefduik, waarbij met beide beenen wordt afgezet. De afzet heeft nu niet in voorwaartsche richting plaats,

maar zooals besproken bij de sprongen voornamelijk in opwaartsche richting.

De zweefduik is ongetwijfeld één van de mooiste van alle bestaande sprongen. Terloops zij hier even opgemerkt, dat bij het schoonspringen geen onderscheid wordt gemaakt tusschen een duik en een sprong. Alles wordt „sprong” genoemd.

De aanvangshouding voor den zweefduik (in officieele reglementen „zweefsprong” genoemd) is afgebeeld in fig. 60. Door het naar beneden drukken van de plank en tegelijkertijd de armen naar beneden te zwaaien en de knieën te buigen wordt een krachtigen afzet gemaakt. Onmiddellijk daarop zal het lichaam in de hoogte vliegen en worden de armen op schouderbreedte uitgespreid. Op hetzelfde moment worden de beenen achterwaarts omhoog gebracht, waardoor de leerling vanzelf om de breedteas van het lichaam heendraait. Even voor dat het lichaam in het water komt, worden de armen langs het hoofd gestrekt samengebracht.

Afb. 68. De zweefduik of -sprong.

Sluiten