Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRINGEN EN DUIKEN

door de lucht zweefde, terwijl het lichaam in werkelijkheid wat gebogen was. Daarom is een leider noodig, die de leerling na iederen sprong op de gemaakte fouten of onvolkomenheden wijst. Tal van fouten zal de leerling zelf wel aanvoelen. Zoo zal hij zelf onmiddellijk in de gaten hebben, wanneer hij niet — zooals het reglement voortschrijft — loodrecht of nagenoeg loodrecht in het water komt. Ook zal de leerling zelf wel ontdekken, wanneer hij bij den een of anderen sprong onvoldoende hoekt, maar tal van fouten zal de leerling zelf nimmer ontdekken.

Bij het oefenen voor het wedstrijdspringen beoefenen de leerlingen vooral den aanloop met afzet en den zweefsprong. Wanneer de aanloop met afzet, hierna verder kortweg te noemen de aanloop goed geslaagd is, bestaat alle kans, dat de sprong zelf ook lukt. De oorzaak van de meeste mislukte sprongen moet bij den aanloop gezocht worden. De zweefduik is van zoo’n groote beteekenis, omdat bij tal van sprongen de zweefhouding terug gevonden wordt. Deze sprong kan met recht één der fundamenteele sprongen genoemd worden.

Het oefenen voor het schoonspringen is een zeer prettig werk. Indien het een beetje lukt, krijgt de springer een heel groot plezier in de springerij, zijn durf en moed kent geen grenzen en uren achtereen kan hij met enthusiasme oefenen. Maar als het eens wat minder goed gaat en sprong na sprong mislukt, dan gaat de aardigheid er dikwijls gauw af. Laten de beoefenaars van het schoonspringen echter bedenken, dat de oefeningen de eene keer heel wat beter vlotten dan de andere keer. Soms kan het weken achter elkaar crescendo gaan en dan eens is de springer er heelemaal uit. Verreweg het beste is dan de oefeningen tijdelijk te staken. Dit verschijnsel is heel gewoon en komt zelfs bij de beste springers voor. Het is echter onjuist, dat de springer onder zulke omstandigheden door gaat met oefenen, omdat hij moet voorkomen, dat door een lange serie mislukte sprongen aan zijn enthusiasme afbreuk wordt gedaan en hij het plezier verliest. Hij zal het plezier voor de springerij niet verliezen, wanneer hij tijdelijk de oefeningen staakt, maar de aardigheid gaat er af als hij onder zulke omstandigheden door blijft oefenen.

Schoonspringen is, zooals wij reeds eerder opmerkten, niet in enkele maanden te leeren. De springer zal er rekening mee moeten houden, dat het jaren kan duren voor hij de vele sprongen

Sluiten